woensdag

Interview op congres 2008

Op een internetforum stond de volgende oproep: "KRO zoekt een ex-JG die [op TV] wil vertellen (geen blokkades of taboe's) hoe het was om uit de organisatie te gaan, en hoe de familie daarmee omging."

Uit respect voor en piëteit met mijn ouders en familie zou ik zo'n interview niet kunnen geven. Interviews op TV en districtscongressen etc., waarin familieleden elkaar - ongeacht of het onderwerp nu religieus of niet - (direct of indirect) zwartmaken of demoniseren, daar moet ik persoonlijk niets van hebben. Volgens mijn levensbeschouwing gaan ouders en hun kinderen en broers en zussen zo niet met elkaar om. Dat heeft in mijn ogen helemaal niets met religie te maken, maar met omgangsvormen binnen families.

Ik weet waarover ik praat, want mijn eigen ouders en zwager (interviewer Bernard Verheijen) demoniseerden mij indirect en impliciet (vergelijking met cobra [Satan de Duivel]) tijdens een interview op het districtscongres 2008 (op 2 augustus 2008, Jaarbeurs Utrecht; de link van dit geluidsfragment is eventueel op aanvraag beschikbaar: vermeld je e-mailadres in een reactie hieronder). Het gaf me het gevoel dat ik verraden was. Als ik denk aan de Gulden Regel ("Doe voor anderen wat u graag voor uzelf gedaan wilt hebben" - Matth. 7:12), dan zou ik een soortgelijk verdriet mijn ouders en familie niet willen aandoen. Ze zijn namelijk al zo teleurgesteld door mijn uitsluiting.

Hoewel de uitingen in het interview dé facto lasterlijk zijn, beseffen we dat ook zij in een bepaald opzicht slachtoffers zijn (zie eventueel verder hier). We blijven - misschien tegen beter weten in – geloven in de onvoorwaardelijke liefde tussen ouders en hun (klein)kinderen, en tussen broers en zussen. We beseffen maar al te goed dat JG geen greintje respect hebben (zie ook Loesje) voor mensen die de organisatie verlaten hebben, laat staan voor de redenen waarom ze dat gedaan hebben. Het komt JG blijkbaar beter uit om deze mensen op hun openbare vergaderingen en in de lectuur liefdeloos te demoniseren. Maar ondanks deze liefdeloze etiketten blijft onze (christelijke) kijk ongewijzigd: Meningsverschillen – ook al zijn ze van religieuze aard - bieden juist uitgelezen kansen om elkaar liefde en respect te tonen. We blijven bidden voor degenen die ons vervolgen.

We denken vaak aan de wijsheid in onderstaande prachtige verhaal:
Een Oosterse, wijze leermeester ging eens met zeven leerlingen een ochtendwandeling maken, terwijl de dauw nog over het land lag. Na enige tijd brak de zon door en de dauwdruppels schitterden dat het een lieve lust was! Bij een grote dauwdruppel liet de oude meester halt houden. Hij schaarde zijn leerlingen zodanig rondom de druppel dat de zon erop bleef schijnen en vroeg hen welke kleur de druppel had.

"Rood," zei de eerste.
"Oranje," zei de tweede.
"Geel," zei de derde.
"Groen," zei de vierde.
"Blauw," zei de vijfde.
"Paars," zei de zesde.
"Violet," zei de zevende

Ze stonden verbaasd over de verschillen en omdat ze allemaal zeker waren van de kleur die de druppel had, ontstond er bijna ruzie. Toen liet de oude meester hen enige keren van plaats wisselen. En heel langzaam drong het tot hen door dat, ondanks de verschillen in hun waarneming, ze toch allemaal de waarheid hadden gesproken.

Nadat er zo enige tijd verstreken was, liet de oude meester hen weer hun oorspronkelijke plek innemen. Maar omdat intussen de zon gedraaid was, kaatsten er weer heel andere kleuren terug vanaf de grote dauwdruppel. En de meester sprak: "Hoe u de waarheid ziet, hangt af van de plaats en de tijd die u in het leven inneemt, zoals u daarnet een deel van het licht hebt gezien en dat voor de waarheid aanzag... Laat uw medemensen in volle vrijheid hun eigen weg bewandelen, hun eigen plaats innemen en hun eigen deel van het licht waarnemen. U heeft allemaal waarheden nodig, want alle tezamen vormen zij het werkelijke spectrum als geheel; de volle waarheid.. Tot u zelf een van de groten bent geworden en de zeven kleuren als één kunt waarnemen, zal ieder afhankelijk van zijn situatie een ander standpunt innemen en de waarheid op een andere manier zien.. Wees daarom niet alleen tolerant, want dat is slechts het duiden van andermans mening, maar wees zelfs blij dat er andere meningen zijn. Zolang u zelf nog niet het volle licht kunt zien, heeft u uw medemens als medeleerling nodig om de volle waarheid te leren kennen."
We blijven uit liefde hopen dat onze JG-familie ooit nog eens onderstaande mooie ontdekking zal doen:
"De mooiste ontdekking die ware vrienden doen, is dat ze afzonderlijk kunnen groeien zonder uit elkaar te groeien." - Elizabeth Foley

Waarom het BL ons "afvalligen" noemt?

In onderstaand artikel legt het Besturende Lichaam (hierna: BL) uit dat "schelden" één van de methoden is die propagandisten gebruiken:
***g00 22/6 blz. 6 Het manipuleren van informatie ***

Sommige mensen beledigen degenen die het niet met hen eens zijn door hun karakter of motieven in twijfel te trekken in plaats van zich op de feiten te concentreren. Met schelden wordt een negatief, makkelijk te onthouden etiket op een persoon, een groepering of een denkbeeld geplakt. Wie dat doet, hoopt dat het etiket blijft zitten. Als mensen de persoon of het denkbeeld in kwestie afwijzen op basis van het negatieve etiket in plaats van zelf de bewijzen af te wegen, heeft zijn strategie gewerkt.
Het meest favoriete en "gemakkelijk te onthouden etiket" van het BL is "afvallige". Dat etiket werkt doeltreffend, omdat het actieve JG ervan overtuigt om de persoon of een idee af te wijzen 'op basis van het negatieve etiket in plaats van zelf de bewijzen afwegen'.

Maar waarom neemt het BL haar toevlucht tot zoiets kinderachtigs als schelden? Als ze gewoon de waarheid over de geschiedenis van de organisatie verteld hadden, dan zouden ze niet zo hun best hoeven te doen om hun volgelingen af te houden van het luisteren naar degenen die hen de waarheid daarover wel willen vertellen. Maar als het BL gewoon de waarheid verteld had, dan is de vraag wie er überhaupt iets met deze religie te maken zou willen hebben.

De recente Onze Koninkrijksdienst van september 2007 laat zien dat ze nog steeds niet bereid zijn om de waarheid over hun ingebeelde concept "Jehovah's organisatie" onder ogen te zien, en niet van plan zijn om de controle over hun miljoenen volgelingen op te geven. Derhalve ligt het in de lijn der verwachting dat het propagandistische schelden van het BL voorlopig zal doorgaan.

Hoe Nu Verder?

Door mijn spirituele reis van de afgelopen jaren ben ik mijn geloof in religieuze systemen en organisaties kwijtgeraakt, ook al noemen ze zich christelijk. Ik geloof wel in spiritualiteit en in mijn persoonlijke vader-zoon-relatie met Jehovah God. Deze relatie is mogelijk gemaakt door een persoon (namelijk Jezus), niet door een systeem van aanbidding of godsdienst. Ik begin nu iets te begrijpen van een belangrijke leerstelling uit het NT, namelijk Gods genade. De NWV vertaalt "Gods genade" meestal met "Gods onverdiende goedheid".

Voordat ik de genade (onverdiende goedheid) en aanneming van Jehovah naar waarde leerde schatten, voelde ik me meer een slaaf of dienstknecht van God: een soort zakenrelatie waarbij het voortbestaan afhing van mijn prestaties. Nu voel ik me een zoon van God: dat is een familierelatie waarbij het voortbestaan niet afhangt van wat ik doe, maar wat iemand anders voor me gedaan heeft. Deze verandering heeft me bevrijd van de kramp om te scoren voor God om zo zeker te zijn van Zijn aanvaarding en liefde. Die aanvaarding en liefde hangen namelijk helemaal niet af van mijn prestaties, maar van wat iemand anders voor me gedaan heeft: Jezus Christus. Gods genade zet me stil bij het feit dat niet wat wij mensen doen zaligmakend is, maar wat God doet (Romeinen 11:5, 6; Efeziërs 2:8-10).

Geloof is een geschenk dat Hij geeft aan individuele personen. In tegenstelling tot wat de organisatie leert, kun je door eigen inspanningen niet meer geloof ontwikkelen. Geloof is een goddelijke vrucht die je slechts mag dragen. Helaas willen religies, organisaties en kerken ons individuele geloof conditioneren en institutionaliseren (=aan voorwaarden en instituties/kerken/organisaties binden).

Ik denk hierbij aan de gedachte uit Gal. 4:17 (Engelse Message-vertaling):
"Those heretical teachers go to great lengths to flatter you, but their motives are rotten. They want to shut you out of the free world of God's grace so that you will always depend on them for approval and direction, making them feel important."

NL-vertaling:

"Deze ketterse leraren doen erg hun best om je te vleien, maar hun beweegredenen zijn verdorven. Zij willen je van de vrije wereld van Gods genade buitensluiten waardoor je altijd afhankelijk van hen blijft voor bevestiging en leiding, zodat zij zich belangrijk voelen."
Ik was gewend om in termen van religieuze systemen te denken, maar mijn mening daarover is onder meer op grond van Hebreeën 13:10-16 gewijzigd. Aangezien Jezus buiten de poort of de "legerplaats" heeft geleden - dat is buiten het joodse systeem - worden christenen aangemoedigd het volgende te doen: "Laten wij dan tot hem gaan buiten de legerplaats en de smaad dragen die hij heeft gedragen, want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken ernstig de toekomstige. Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken (vss. 13-15)."

Ik begrijp deze woorden zo: Hier hebben we geen "blijvende stad" of religieuze organisatie. Hoewel zo'n stad-organisatie ons misschien geborgenheid, veiligheid, erkenning en bevestiging kan geven, ben ik conform Paulus bovenstaande woorden bereid om - indien de situatie dat noodzakelijk maakt - buiten het ‘kamp’ of religieuze organisaties te gaan, om daar Christus te zoeken. Ja, het is in mijn ogen logischer dat Jehovah en Jezus eerder naar de harten van individuele personen (dus ook naar de harten van individuele Jehovah's Getuigen) kijken dan naar het systeem of de organisatie waarvan ze deel uitmaken.

De barmhartige Samaritaan:

Waarom? Omdat ik dat lees in Jezus' illustratie van de "barmhartige Samaritaan":
"Er kwam een wetgeleerde die hem op de proef wilde stellen. Hij vroeg: ‘Meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Jezus antwoordde: ‘Wat staat er in de wet geschreven? Wat leest u daar?’ De wetgeleerde antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.’ ‘U hebt juist geantwoord,’ zei Jezus tegen hem. ‘Doe dat en u zult leven.’ Maar de wetgeleerde wilde zich rechtvaardigen en vroeg aan Jezus: ‘Wie is mijn naaste?’ Toen vertelde Jezus hem het volgende: ‘Er was eens iemand die van Jeruzalem naar Jericho reisde en onderweg werd overvallen door rovers, die hem zijn kleren uittrokken, hem mishandelden en hem daarna halfdood achterlieten. Toevallig kwam er een priester langs, maar toen hij het slachtoffer zag liggen, liep hij met een boog om hem heen. Er kwam ook een Leviet langs, maar bij het zien van het slachtoffer liep ook hij met een boog om hem heen. Een Samaritaan echter, die op reis was, kreeg medelijden toen hij hem zag liggen. Hij ging naar de gewonde man toe, goot olie en wijn over zijn wonden en verbond ze. Hij zette hem op zijn eigen rijdier en bracht hem naar een logement, waar hij voor hem zorgde. De volgende morgen gaf hij twee denarie aan de eigenaar en zei: “Zorg voor hem, en als u meer kosten moet maken, zal ik u die op mijn terugreis vergoeden.” Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer van de rovers?’ De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’" - Lukas 10:25-37, NBV
Het is goed om eens na te denken over de vraag wat Jezus ons nu eigenlijk wilde zeggen met zijn illustratie over de Barmhartige Samaritaan. Wat was er in Israël aan de hand waarom Jezus het nodig vond om zo'n illustratie te vertellen?

De joden wisten zeker dat zij door God uitverkoren waren, zij hadden de Waarheid. Zij waren door de eeuwen heen het enige volk dat door Jehovah altijd speciaal begunstigd werd. De joden geloofden dat verbroedering met de hen omringende niet-joodse mensen zondig was. Joden beschouwden Samaritanen zelfs als afvalligen van de Mozaïsche Wet. In deze religieuze en historische context geeft Jezus een illustratie die de gehate Samaritanen in een gunstig daglicht stelt.

Een priester en Leviet zien deze gewonde joodse man, maar lopen met een boog om hem heen, ze weigeren te helpen. Daarna komt een niet-joodse man aan wie de joden een hekel hebben. En wat doet hij? Hij verricht een liefdevolle daad voor deze gewonde joodse man, terwijl personen van zijn eigen land en religie hem links hadden laten liggen. De Samaritaanse man verbindt zijn wonden en zet hem op zijn ezel. Hij brengt hem naar de herberg en betaalt twee daglonen voor zijn verzorging. Hij belooft zelfs de herbergier eventuele extra kosten te vergoeden.

Waar het in de illustratie om gaat, is dat deze gehate Samaritaan, deze heiden, bewijst dat hij de naaste van die joodse man is. De Samaritaanse man heeft medelijden en wordt door liefde gedreven om zijn medemens te geven wat nodig is. De betoonde liefde heeft geen bijbedoelingen; hij hoopt bijvoorbeeld niet dat hij de joodse man kan bekeren tot zijn gedachtengang. Deze illustratie maakt helder wat voor gedachtengoed Christus voorstaat. Geloven in Christus leidt tot actieve daden. Jezus' leer is geen vormelijk ritueel, maar zet aan tot liefdedaden die in het nodige voorzien.

Dus als een zogenaamde 'afvallige' Jehovah en Jezus kan behagen, hoe kunnen wij dan iemand veroordelen omdat hij of zij niet voldoet aan het beeld dat wij eventueel van een ware christen hebben? Was dat niet nou juist het probleem waar de Farizeeën de fout in gingen? Zij aanbaden God op een vormelijke wijze. Door zich aan bepaalde routines te houden, zoals bidden en vasten, meenden ze dat ze Gods goedkeuring konden verdienen. Maar in Jezus' illustratie was een verfoeide man in actie die het religieuze wereldbeeld van de joden op zijn kop zette.

Gods bejegening van het joodse volk was noodzakelijk om de geslachtslijn tot de Christus te beschermen. Op een dag zou namelijk de Messias verschijnen en een lichtbaken voor ALLE NATIËN worden. Ergens in deze voorchristelijke tijdsperiode was het blijkbaar de joden naar het hoofd gestegen, en gingen ze denken dat ze Gods goedkeuring niet konden verliezen, ongeacht wat ze deden of lieten. Ze vergaten voor het gemak dat Jehovah de Vader van de gehele mensheid is, en dat daarom hun begunstigde positie het demoniseren van personen met andere ideeën nooit kon rechtvaardigen.

Onze liefde voor anderen dient all inclusive te zijn, en niet beperkt. Jezus zag het goede in anderen. Personen van een ander ras of geloof demoniseerde hij nooit, maar prees hen zoveel mogelijk voor hun goedheid. Jezus wees zijn geloofsgenoten er meer dan eens op dat niet-joodse personen vaak een groter geloof hadden dan de joden zelf. In plaats dat de joden zijn raad ter harte namen, zochten ze hem om te doden.

Religie heeft de mensheid verdeeld. Elke organisatie, kerk of moskee meent het recht te hebben om anderen buiten te sluiten en te demoniseren wat niet tot hun directe kring behoort. Deze wens om ergens bij te horen heeft tot bloedige oorlogen en geweld geleid. Met de illustratie van de Barmhartige Samaritaan sprak Jezus zich tegen deze mindset uit. Het is duidelijk dat de godsdiensten in deze wereld dit belangrijke punt uit Jezus onderwijs niet begrepen hebben. Exclusiviteit leidt tot vijandigheid, geweld en hartenpijn. Inclusiviteit leidt tot vriendelijkheid, begrip en liefde.

Wanneer ik over Jezus illustratie en de liefde van deze Samaritaan nadenk, dan besef ik dat Jezus niet een bepaalde religie predikte, maar graag wil dat we gewoon betere mensen worden. Pas wanneer alle wereldgodsdiensten ontmanteld zijn op de Oordeelsdag, zal de liefde die Jezus predikte over de gehele aarde zichtbaar worden. Onze hemelse Koning zal ons dan de finesses hiervan bijbrengen. Ik kijk werkelijk reikhalzend naar die tijd uit. Ondertussen probeer ik me - en ik geef direct toe, met wisselende successen - zoveel mogelijk tot de naaste van anderen te maken.

donderdag

Seksueel Kindermisbruik Onder JG

In De Wachttorens van respectievelijk 1 februari 1990, pagina 25, en 1 december 1994, pagina 6, stond het volgende te lezen over seksueel misbruik van kinderen door katholieke priesters:

"In de Verenigde Staten is de Katholieke Kerk op het moment miljoenen dollars schadeloosstelling aan het betalen omdat priesters zich schuldig hebben gemaakt aan seksueel misbruik van kinderen. ... Een dergelijk kwaaddoen kan niet door Gods dienstknechten genegeerd worden maar moet in het belang van anderen aan de kaak gesteld worden."

"De geestelijkheid heeft God ook verloochend door zich niet aan zijn morele maatstaven te houden — zoals bijvoorbeeld blijkt uit een gestage stroom van processen tegen pedofiele priesters. De situatie van de christenheid lijkt op die van Israël en Juda in de oudheid. „Het land is met bloedvergieten vervuld en de stad is vol verkeerdheid”, werd de profeet Ezechiël verteld, „want zij hebben gezegd: ’Jehovah heeft het land verlaten, en Jehovah ziet het niet’” (Ezechiël 9:9; vergelijk Jesaja 29:15). Geen wonder dat velen de kerken van de christenheid volledig de rug hebben toegekeerd! Maar moeten zij het geloof in God de rug toekeren?"
De zelfkritische vragen waarvoor we ons in dit verband gesteld zien, zijn: Wanneer een dergelijk kwaaddoen in onze eigen organisatie aan het licht gebracht wordt, mogen we dat onrecht dan ook "in het belang van anderen (vooral onze kinderen) aan de kaak stellen"? Hebben we ook begrip voor onze broeders en zusters die onze organisatie de rug toekeren doordat onze herders op onbevredigende wijze gevallen van seksueel kindermisbruik afgehandeld hebben? Zoals blijkt uit de gedetailleerde journalistieke onderzoeken van de media in diverse landen, en ook uit de berichtgeving van de belangenorganisatie van de Silentlambs – een organisatie die opkomt voor honderden seksueel misbruikte JG-kinderen - heeft niet alleen de Rooms Katholieke Kerk in de VS, maar ook de Wachttorenorganisatie een wereldwijd misbruikschandaal in haar gelederen. Hoewel onze organisatie er alles aan doet om de aard en omvang van dit schandaal te bagatelliseren, kan elke getuige van Jehovah die de moed heeft om in de doofpot en onder het vloerkleed te kijken, het bestaan van dat schandaal vaststellen.
Negen misbruikzaken (inzake 16 slachtoffers) door het WTG afgekocht. Slachtoffers moeten zwijgen:

1) Advocaat Mario Moreno, werkzaam op het Hoofdbureau van JG, heeft voor de media bevestigd dat negen zaken aangaande 16 eisers buitengerechtelijk geschikt zijn. Toen hem gevraagd werd welke bedragen hiermee gemoeid zijn, antwoordde hij: "I’m not able to comment on any of the specifics", het was "a confidentiality agreement."
2) Kimberlee D. Norris, advocate van bovenbedoelde 16 slachtoffers, gaf het volgende commentaar op dit soort overeengekomen schikkingen: "We don't pursue cases wherein we cannot prevail; not good for client, and not good business. In general, I can't spend what it takes to pursue abuse cases without significant return."
3) Bericht op News Channel 5
4) bericht FW Daily News:

Religious group settles sex abuse cases

(Created: Tuesday, May 22, 2007 10:36 AM EDT)

Last week, it was reported by The Associated Press that a settlement was reached with alleged sexual abuse victims from within the Jehovah’s Witnesses church.

Reportedly, 16 alleged victims have been compensated by the church, headquartered in Brooklyn, N.Y. The settlement has not been disclosed, and the alleged victims have been gagged in an effort of “damage control.” However, beginning several years ago, this problem of pedophilia within the religion began to gather attention, when a prominent elder in Kentucky, Bill Bowen, resigned as an elder within the religion over such alleged coverups. He was excomunicated from the church for his efforts to change the policies that lead to the church being a breeding ground for such actions.

The problem stems from the groups’ use of archaic Hebrew law to require that anyone claiming to be molested sexually must provide two or three witnesses to the crime in order for the elders in charge to take any action. Hence, pedophiles, who work their evil without two witnesses (which I would assume is always), cannot be charged and excomunicated from the religion. Further, the Watchtower society has allegedly instructed elders to contact the authorities only in the few states that require such reporting. Families have allegedly been instructed to keep such matters out of the public eye, so as not to bring “reproach on Jehovah,” the Hebrew God the religion worships. Additionally, no one in the congregation, outside of the elders involved, is ever informed of the matter in such cases, leaving the children exposed to danger. In some cases, those alleged victims have been victimized a second time, to silence them, by excomunication as slanderers for trying to warn others in the congregations of the dangers, or just expressing their pain to others.

Bill Bowen has formed a victims support group called Silent Lambs, and since its inception just a few years back, this group has been contacted by over 7,000 alleged victims. Experts are assessing that the problem, per capita, may be far larger than that of the Catholic Church, due to the insignificant size of this sect. But the pain they are causing by allegedly allowing these monsters to co-exist within the same congregations with many little children who are unaware, and knocking on the community doors of our homes, is unpardonable.

Please protect yourself and your children. Get informed. Just search the Internet for SilentLambs and get the facts. Or search the Internet for Jehovah’s Witnesses and sexual abuse. An educated public is our only protection against policies that hide pedophiles within the walls of churches.

High on the list of reasons I left the religion myself after nearly 40 years was my awareness of this horrible allowance within the walls of the Kingdom Hall. I was, and am, personally ostracized within that group for leaving. For the record, I was never sexually abused, but I knew of some alleged cases within the religion. I speak out in love for the unknowing children who may become the next victims of such isolationist religious groups.

Jeffrey A. Kline
Kendallville

According to The Associated Press story, the Jehovah's Witnesses, whose headquarters are in Brooklyn, N.Y., said that they were pleased to see the lawsuits resolved, declining further comment. “Our loving heavenly Father makes it clear in his Word, the Bible, that he abhors child abuse,” a statement from the denomination said. “As an organization, we will continually strive to educate families and congregations with sound Scriptural teachings that they can use to protect their children from child molesters. And we will continue to do our utmost to protect children from this horrible crime and sin.”
4) om deze schikkingen te lezen klik hier en hier (www.watchtowerdocuments.com).


BBC-documentaire over seksueel kindermisbruik onder JG (uitgezonden in België; Nederlandse ondertiteling)
Duitse documentaire over seksueel kindermisbruik onder JG (Duits gesproken)